De burgemeester van Almere is een Surinamer.

Ik belde naar de gemeente om iets meer over burgervader Franck Weerwind te weten te komen. Is hij een half of een kwart. Heeft hij een een blanke vrouw en twee een achtste schattige kiddo’s. Waarom wil ik dat specifiek weten? Omdat ik me weleens bij evenementen afvraag waarom ik de enige gekleurde persoon ben.

Burgemeester Weerwind

Het viel me op bij Bob Dylan in Carré afgelopen oktober, er waren in de zaal vier gekleurde Beautiful People. Maar goed misschien was de rest van de Beautiful People één van de andere drie dagen gegaan. Een paar weken geleden werden we overrompeld in de Stadsschouwburg van Groningen door het ballet van Jidzak Galili. Welgeteld twee Colorful People. Zelfde patroon bij vorige drie versies van ‘Vuile Huichelaar’ van Saskia van Zutphen. Het is een avondvullende Sing-along over bedrogen vrouwen op teksten van bekende hits. ‘We will survive’. Schaamteloos en hilarisch. Op sommige rijen zitten drie generaties, oma, moeder en dochter van één familie die om het hardst, met gebalde vuisten in de lucht het bedrog van zich af zongen. Er waren wel drie mannen in de Almeerse Stadschouwburg, waarvan één gekleurd. Waarschijnlijk worden gekleurde vrouwen nooit door hun man bedrogen.

Op de nieuwjaarsborrel van de SMC036 sprak ik co-organisatrice Shamira Salman aan over het gebrek aan gekleurde deelnemers om maar te zwijgen over inspirerende gekleurde sprekers. Ze keek me verbaasd aan. “Ik target niet speciaal op de gekleurde Almeerder.” Toch er bleef iets van mijn opmerking hangen. Ze was afgelopen week blij dat zich twee Surinaamse dames voor haar vervanging hadden aangemeld. Helaas hadden ze de dag voor hun afspraak afgezegd.

Hoe zou Burgemeester Weerwind zich voelen wanneer hij vanuit zijn voorzittersstoel de raadszaal in kijkt. Zou hij het gek vinden dat hij een van de weinige gekleurde beleidsmakers is. Ik ben geen beleidsmaker maar het lijkt me net zo een vervelend gevoel als ik het bij diverse evenementen ervaar. Iedere etniciteit heeft blijkbaar zijn eigen exclusief ‘ding’. Ik heb nooit signalen gezien die schreeuwen: dit is niet voor jullie. Ja, jullie. Ik moet er maar in berusten dat mijn Surinaamse landgenoten zich alleen rond 5 december in de witte wereld laten horen. Hun ding.